Van al de dingen die ik weet

begrijp ik vrijwel niets


dinsdag 25 mei 2010

The 2010 Summer Lecture


Op mijn andere blogs ga ik wel eens wat uitgebreider in op een specifiek teken- of fototechnisch onderwerp onder de wijdse titel "The ... Lecture", met een knipoog naar de wetenschappelijke Christmas Lectures van de BBC, dus waarom niet ook zoiets op deze blog.

Natuurfotografie - mijn late roeping.
Toen ik in de zestiger jaren begon met fotograferen was ik tamelijk geïnteresseerd in de technische kant ervan, maar nog meer in de toepassing van die techniek in de sportfotografie. Fraaie lichtval, compositie, mooie grijzen - ik was me er vaag van bewust, maar wat echt telde waren telelenzen die verre sporters scherp dichtbij brachten. Flitsers die grote afstanden konden overbruggen.
Halverwege de jaren negentig stopte ik met fotograferen - totaal. Ik raakte geen camera meer aan. Ik tekende, weer, want dat was wat ik vroeger altijd deed.
Na een onderbreking van meer dan tien jaar schafte ik me een digitaaltje aan, voor de vacantie. En nog een. En nòg - een heleboel, vooral "vintage" toestellen. Analoog, zwartwit, èchte photographie. Licht in al zijn verschijningsvormen. Gefilterd, reflecterend, contre jour, verrassend.
Mistig, vroeg in de ochtend. Steeds vaker in de natuur, en ook steeds vroeger. Paarden, die grote vriendelijke wezens. Vogels, die vrolijke levensgenieters.
En, heel vreemd eigenlijk, niet met de grote telelenzen van vroeger. Want scherpte, opnamekwaliteit, boeit me niet meer zo. Ik zit niet uren geduldig in mijn auto, de 800mm op een zandzakje, te wachten voor die éne spectaculaire prent.
Ik wil gewoon buiten zijn, genieten van wat ik zie (hoor, ruik) en het fotograferen zorgt ervoor dat ik bewust om me heen kijk. Boomkruipertjes zien, en alleen een staart fotograferen. Of een half konijn. Ook heel sterk: herten zien, en de camera vergeten.
Het maakt me niet uit, ik kom wel weer terug.

De techniek.
Ik gebruik, naast die nostalgische vijftig tot honderd jaar oude camera's vooral de eenvoudigste Canon EOS1000D, met een 55-250mm objectief. Meestal niet in de autofocusstand want in rietkragen en houtwallen raakt die daar maar overspannen van.
De "picture style" heb ik ingesteld op "neutraal". Ik heb een tijd "natuurlijk" geprobeerd, maar dat resulteerde in grijzige foto's die ik altijd automatisch nabewerkte. "Neutraal" is zo ongeveer wat ik bedoel, ik crop nog een beetje, en voor Panoramio maak ik de kleuren iets meer verzadigd. Dit alles met het simpelste programma: Picasa.

Omdat 250mm niet heftig tele is, ook nog iets over het aanbersen van het wild (jaja, ik heb mijn jagersbrevet al in 1971 gehaald!)
Niks camouflagekleding of omtrekkende bewegingen: de complete fauna weet heus wel dat ik er ben, daar hebben ze perfekte zintuigen voor. Dieren duiken ook niet voortdurend achter een boom weg. Ik wandel gewoon; wel beweeg ik me erg rustig, dat vinden zij en ik prettig. Ik merk (of verbeeld me) dat ze me na een poosje accepteren: de meeste foto's maak ik in de tweede helft van een wandeling.

Waar?
Gewoon, bij mij in de buurt. Geen exclusieve uitstapjes naar bizondere natuurgebieden. De sperwer op mijn terras, de ooievaar midden in het dorp. Schapen op de dijk langs de Maas en paarden naast de snelweg. En ja, ook de puttertjes in het beschermde natuurgebied. Zoek mijn foto's maar op Google Earth, of op flickr: erwinruys, en de vogelwerkgroep Nijmegen heeft wel kaartjes.